Huizenprijzen bijna net zo hoog als voor de crisis

Huizenprijzen bijna net zo hoog als voor de crisis

De woningmarkt zit weer bijna op het niveau van 2008. Echter staan er wel minder huizen te koop. Door dit dalende aanbod zijn de woningprijzen hard gestegen, tot wel 9% over heel 2016. Woningen zijn nu bijna een vijfde duurder dan op het dieptepunt in 2013, en nog zo’n 2% goedkoper dan op het hoogtepunt voor de crisis. Dat blijkt uit cijfers die de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) onlangs presenteerde.

Voor makelaars was het een goed jaar. Bij de NVM verkochten ze nog nooit zoveel woningen. Vooral de verkoop van vrijstaande woningen nam afgelopen jaar enorm toe. In de verkoop van appartementen zit amper nog groei. Die zijn de afgelopen jaren vaak al van de hand gegaan.
Consumenten krijgen over alle woontype minder keus. Zo staan er 28% minder woningen te koop dan een jaar eerder. Corporaties verkopen minder en de nieuwbouw kan de groeiende vraag niet bijhouden.

De groei van de prijzen en aantal transacties vlakt af

De groei van de prijzen en het aantal transacties vlakt naar verwachting dan ook iets af in 2017. De NVM voorspelt dat er zo’n 5% tot 10% meer woningen worden verkocht en dat ze zo’n 6% tot 7% in prijs stijgen. De woningmarkt werd in 2008 vooral gedreven door de economische groei en soepele hypotheeknormen, nu is de extreem lage rente de belangrijkste motor achter de stormachtige groei van het aantal verkopen.

Amsterdam

Het zijn vooral de krappe gebieden die de prijs in 2016 opstuwden. In de hoofdstad stegen de prijzen vorig jaar zelfs met bijna een kwart. Gemiddeld legde een koper hier € 358.000,- neer en voor een appartement € 328.000,-. In Amsterdam, waar de woningmarkt het eerst op gang kwam, daalt het aantal transacties inmiddels fors. Het vierde kwartaal stonden er 36% minder woningen te koop dan in het vierde kwartaal van 2015. Het ‘goedkope’ aanbod is inmiddels weg, waardoor starters ‘zo goed als buitengesloten zijn’.

Regionale verschillen

De regionale verschillen zijn enorm. Dat blijkt treffend uit een simpele zoekopdracht: wat kan ik waar kopen voor € 248.000,-, oftewel de gemiddelde woningprijs? In Amsterdam is dit de vraagprijs van een vooroorlogs appartement van 40m2. In Rotterdam is dat appartement al 102m2 en in Amersfoort staat hiervoor een tussenwoning te koop van 110m2. Wie in Friesland, Groningen, Drenthe, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg gaat rondkijken, kan een vrijstaande woning met een lapje grond of een twee-onder-een-kapper van bijna 150m2 kopen voor € 250.000,-.
Huizenkopers die graag in een universiteitsstad als Amsterdam, Utrecht, Leiden of Groningen willen wonen, doen er daarom goed aan zich niet blind te staren op de stad zelf. Eerder riepen Amsterdamse makelaars en de gemeente zelf huizenkopers al op eens naar omliggende gemeenten te kijken. Maar in de gemeenten rondom Amsterdam is inmiddels ook sprake van een krappe markt.
Meer bouwen lijkt dan ook de beste oplossing. En net als in Rotterdam meer de lucht in gaan. Als je hoger bouwt, kunnen de dure grondprijzen verdeeld worden over meer vierkante meters.

Reageren is niet mogelijk.