Twintigers stellen woningaankoop uit

Twintigers stellen woningaankoop uit

Twintigers kopen in verhouding tot voor de crisis minder vaak een woning. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS.

Tijdens de crisis was het voor jongeren moeilijker dan ooit om een woning te kopen. Het aandeel jongeren tot en met 25 jaar dat een woning koopt, daalde tijdens de crisis steeds verder en herstelde daarna nauwelijks. Voor de crisis telde deze leeftijdscategorie 17 woningbezitters per duizend inwoners. Na de crisis lag dit aantal op 12 personen.

Het aandeel 26- tot 30-jarigen dat voor het eerst een huis koopt, is inmiddels bijna terug op het niveau van voor de crisis. Tussen 2007 en 2013 daalde het aandeel van 32 naar 20 huizenkopers per duizend personen. In 2016 lag het aantal op 31 woningen per duizend personen.

Tussen steden, waar veel jongeren zich vestigen, zijn nog grote verschillen. De modale starter op de woningmarkt is 28 jaar in Amsterdam, 26 jaar in Rotterdam, 24 jaar in Middelburg en maar liefst 30 jaar in Leiden.

Waarom blijven twintigers zo achter?

Het vermoeden is dat twintigers en dertigers nu langer sparen voordat zij een huis kopen. Starters kopen namelijk gemiddeld grotere en duurdere woningen: waar dat voor de crisis nog 99 vierkante meter was, is dat nu 107 vierkante meter. De groep jonge starters die nog een woning koopt, is dus kleiner en ouder geworden. Maar als ze een woning kopen, geven ze dus meteen wel meer uit.

Reageren is niet mogelijk.